Gisteren in het Utrechtse Catharijneconvent verzonken in melancholie. Maakte m'n rituele ronde. Langs Geertgen tot St. Jans z'n Man van Smarten tot de geile helse taferelen in het Laatste oordeel van Hermann Tom Ring en de houtsneden van Maria, Magdalena en Veronica bij de bewening.
Gelovig ben ik niet, wel geloof ik in het geloof van onze schilderende en beeldsnijdende voorouders. Wat zij op hun beurt precies geloofden weet ik niet.
Maar wie de heilige Ursula kan snijden in hout en de 11.000 maagden die zich onder haar rokken verschuilen, wetend dat ze ten prooi zullen vallen. Of Veronica die de zweetdoek omklemt met de gezichtsafdruk die ze kreeg van Christus op weg naar het kruis, die gelooft in de kracht van verhalen. Wat is geloof anders dan geloof in 'n verhaal.
Ik weet ook wel wat er mis is met die kerk. Maar wat ik tegen het verhaal heb? Ik vind het jammer dat de hoofdpersoon niet alleen weet, maar ook verklapt dat hij Gods zoon is.
Maar weer zie ik hoe in Italië in een kerk naast een ziekenhuis het voltallig ziekenhuispersoneel in witte jassen, met stethoscopen nog, even snel kwam binnengelopen om het opdragen van de mis mee te pakken. Daarna moesten ze weer aan het werk.
Geloof als iets alledaags wat je nu eenmaal doet, omdat het erbij hoort. Van de wieg tot het graf. Of de autobussen van de Azione Cattolica bij een heiligdom op zondag, op een heuvel - altijd mooie plekken - eerst bidden, dan eten en drinken. En geen, geen discussie, plaag van de Lage Landen.