Hoe mijn moeder mij deed

 Zaterdag is de Vorlesebühne in Utrecht met 'Moeder doen'. Hoe mijn moeder mij deed is bewaard op een kartonnen grammofoonpl­aatje met groeten van familie voor onze militairen in Indië in de Politionele Actie. Waaronder mijn vader. Het is zomer 1947. Ik ben vier.

 Mijn vader was een foto geworden. Maar door het grammofoonplaatje weet ik wat we tegen de foto zeiden. En tegen de technische mannen met hun ap­paratuur. Mijn moeder begint:

 'Papa, we komen je even goeiendag zeggen en vragen hoe het met je gaat. We denken heel veel aan je. En nu zal Wim eens even roepen "Dag papa". Kom maar, dat moet jij zeggen, zeg maar "Dag papa".'

Ik: 'Dag papa'.

'En Wim weet heel goed waar papa is. Waar is papa dan?'

Ik: 'Semarang.'

'Semarang. En waar woont papa dan?'

Ik: 'Kazerne.'

'Kazerne. Bij al de ....'

Ik: 'Soldaatjes'

'Soldaatjes. En vertel nou eens aan papa dat je in de trein gezeten hebt. Waar ging je dan naar toe? Vertel het dan eens. Waar ging je dan naar toe? Zeg het dan eens aan papa ? Papa die kan het horen in Indië...'

Ik: 'Dag papa.'

Hier raak ik kennelijk van mijn ingestudeerde lesje afgeleid door de technici. Zij gaat moedig door.

'En als Wim groot is, wat word jij dan ?'

Ik: 'Soldaat.'

'En wat doe je dan?'

Ik: 'In de kazerne.'

'Gaat ie ook naar de kazerne. En met welke boot is papa gega­an. Dat weet Wim ook al.'

Ik: 'Kota Baroe.'

'En waar ging papa toen eerst naartoe? Eerst naar? Waar ging de boot toch eerst naar toe?'

Het blijft stil. Tenslotte komen, na veel voorzeggen, de namen Batavia, Makassar, Semarang.

Een jaar later kwam hij terug. Ik had een vader. Een man in uniform met een buitengewoon slecht humeur. Je kon beter uit zijn buurt blijven.