Hoedjesdag 1917

 Het was president F.D.Roosevelt die in de crisistijd allerlei openbare werken liet uitvoeren, waaronder de PCC, van de President's Conference Committee. Het Amerika­anse systeem van openbaar vervoer in steden, kortweg moderne trams. Heel wat in het land van Henry Ford.

 Het was zo'n succes dat het ook in Europa aansloeg. De een­mansbediening spaarde personeel. Ze zagen eruit als vlieg­tuigen. In Brussel en Den Haag reden al vlug ook PCC's.

 In Den Haag rijdt de HTM nog steeds met een afgeleide PCC. En vanmorgen las ik dat vandaag de kamerleden met hun hoedjes ook niet meer met koetsjes zouden komen. Een unieke kans voor de HTM.

 Een belemmering zouden dan nog wel de hoedenspelden van de dames kunnen zijn, waarover Ron F. de Bock in zijn boek 'Iedereen voorzien' dit in 1918 schrijft: 'Koning Mode bleef, oorlog of vrede, bij het vrouwvolk bovenal, regeren. De toen­malige hoedenmode vereiste lange, stalen hoedenpennen om de scheppingen van de modekoningen op de dameshoofdjes een zekere stabiliteit, cq houvast, te geven. Lange venijnige pennen, die met de onbeschermde punt in de overvolle trams andere reizig­ers lelijk konden verwonden, het geen ook diverse malen gebeu­rde. Een politieverordening die voorschreef dat die punten voorzien moesten worden van beschermende dopjes werd door de dames genegeerd.

 Er gebeurden wat ongelukjes. Maar een werkvrouw redde zich door op de scherpe punten wat aardappels uit haar tas te prikken. Iets voor Carola Schouten. Intussen brak de Spaanse griep los.