Holle weg

 Waar het gymnasium goed voor was heb ik in zes leerjaren niet kunnen ontdekken. Vooral de Oude Talen - twaalf uur in de week Latijn en Grieks – gleden van niets naar nergens. Een paar regels per les, van Xenophon, Caesar of Sallustius, en later Plato en Vergilius, zonder dat er bij verteld werd waar het boek over ging, laat staan wat er aardig aan was.

 Jan Van Gelder moest met ons Xenophon doorworstelen. Een eindeloze herhaling van de etappes in de rampspoedige terugtocht van Alexanders soldaten naar huis. Een comateuze ervaring voor leraar en klas. Ik althans ging me vereenbzelvigen met de sjokkende Griekse soldaten.

 Elke dag werd door Xenophon weer genoteerd hoeveel parasangen (lengtemaat) er enteuthen ('vervolgens' ) waren afgelegd. Met als enige oprispingen soms een 'holle weg'. Van Gelder legde zijn Lexington dan in de asbak, verrees van zijn stoel, pakte het krijtje en schetste erg slordig op het bord hoe de vijand zijn hinderlagen legde, door zich bovenop de randen van de holle weg te verschuilen met hun speren en pijl-en-bogen. En ja, Xenophons troepen marcheerden daar telkens weer nietsvermoedend onderdoor. Tot een regen van pijlen ze trof.

 Weken, maanden gingen voorbij tot ze de eindelijk de zee - 'thalassa, thalassa' in zicht kregen. Het enige dramatische moment in het hele boek.

 ps. Maar de Odyssee is goddank bij me gebleven , tot vandaag.