Hongerklop

 Ik keek naar uitgeputte gezichten, waaruit de obligate lachjes verdwenen waren. In Harrogate, waar de regen en de kou niet ophielden. Het theater veranderde in drama toen de gedood­verfde wereldkampioen Matthieu van der Poel achterbleef, bijna stil stond.

 Oude woorden kwamen op, de 'Man met de hamer', 'De hongerklop', maar Matthieu zat zo stuk, dat hij niet kon praten, terwijl de ijzeren wet in het wielrennen toch luidt dat je de pers altijd te woord moet staan op een Alpentop of waar ook. Shirt straktrekken. Denk aan je sponsor.

 Zonnebril ophouden, ook in de regen.

 'Vergeten te eten'. Routiniers als Niki Terpstra - met rode ogen van vermoeidheid - wezen op de urenlange oplettendheid die de jongens achter zich hadden en de dag lang regen die wel valpartijen moest veroorzaken.

 'De hongerklop.'

 Ook Mats Pedersen, de uiteindelijke kampioen lachte niet. Er viel niks te lachen in het dunbevolkte aankomstperkje tussen de paar dranghekken.

 Een trui en een medaille. En ik dacht aan het Vlaamse antwoord op de oude vraag 'Waarom toch?' 'Voor een trui en een broek.' Maar dan ben je bij het rondje om de kerk.