Houdbaar Parijs

 Zoals Parijs gebouwd is, met z'n boulev­ards en goed gedoseerde monumenten, vanaf 1852, volgens  het ontwerp ven Haussmann, bedoeld om volksopstanden in de makkelijk te versperren middeleeuwse stegen te kunnen bestrijden.

 Op mijn eerste Parijse verkenning moest en zou ik, twaalf jaar oud, met mijn moeder op pad, moest en zou ik zoveel mogelijk met de Metro rijden. De tegel decoratie zien, de jugendstil decoratie en als het kon de trajecten met bruggen.

 'Is dit niet erg om, vroeg mijn moeder ongerust. Maar ik had de kaarten uit m'n hoofd geleerd en leidde haar langs talrijke omwegen, de dubbele brug over de Seine uit het liedje van Charles Trenêt met de onvergetelijke woorden 'Quai de Javel', die rijmen op 'Le metro qui sort de son tunnel' - later teruggezien in de film Last Tango in Paris, met Marlon Brando en Maria Schneider.

Alle andere bezienswaardigheden sloeg ik over. Metro moest het zijn. Zoveel mogelijk. 'Is dit niet een beetje om?' Niets was om.

Het is Sarah Hart die me hierheen jaagt met haar boekje 'Parijs revisited', het tweede met Parijse herinneringen, uitgegeven door uitg. Fragment. Waarin het onvergetelijke liedje over sardines van Georges Fourest, geinspireerd op een reclame: 'Sardines a l'huile fine, sans tête et sans arêtes'. Het gaat in vertaling zo: 

'In hun blikken sarcofaagje

vol met olie muf van stank

marineren deze onthoofde

kleine zilveren lichaampjes'

En het eindigt:

..zonder stem, zonder handen, zonder knieen,

sardientjes bid voor ons!'