Hypnose?

 De schrijver komt later dan gezegd, half oktober, naar Nederland. Dan zal ook de vertaling van zijn nieuwe roman 'F' er zijn. Kehlmann drijft veel en graag op de spits. Vooral de kunst en het kunstenaarschap. 

 'F', een ongewoon sprookje, dat zou kunnen beginnen met de regel: 'Er was een vader. Hij had drie zonen.' Heel het boek door kom je de verstrekkende gevolgen tegen van de voorstelling van een hyperbegaafde hyp­notiseur, die het viertal in het eerste hoofdstuk meemaakt.

 Zoon Iwan heeft zich in de schilderkunst begeven. Hij is degeen die op latere leeftijd met de hyp­notiseur gaat eten, en dan vraagt: 'Hypnose is kunst?'

 'Misschien wel meer dan dat. Misschien bereikt ze steeds al wat de kunst in het begin wilde bereiken. Alle grote literatuur, alle muziek, alle...'.  Hij giechelde. 'Alle schilderkunst wil toch hypnotisch werken, nietwaar.' Hij schoof zijn bord weg. Hij moest nu gaan slapen, optredens waren inspannend, daarna viel je om van moeheid. Hij stond op en legde me zijn hand op de schouder. 'Schilder?'

'Wat?' Zijn gezichtsuitdrukking had zich veranderd, er zat niets tegemoetkomends meer in. 'Schilder - werkelijk?'

'Ik begrijp u niet?' 'Doet er ook niet toe. Is niet belangrijk. Maar meent u dat in ernst? Schilder?'

 Deze intense spot en scepsis zal Iwan tot in heldere dromen blijven achtervolgen.