Na gisteren zag ik ze voor me. De achterzaaltjes van de Italiaanse cafes. Een grote asbak met Nationali-peuken, ook op de vloer. En op tafel twee stukgelezen sportkranten, de Gazzetta en de Tuttosport. De roze en de witte. Nu mag roken niet meer en de pakken zijn wat netter geworden, maar wat is er wezenlijk veranderd?
En wist weer, als je vrouw je van de vloer wil zit je daar. Op een kop koffie per dag. Zelf leef je allang niet meer, wat je op de been houdt is het voetbal en het wielrennen. Waar je alles van weet en over praat met de andere mannen met de hoedjes. Daar staat het tv-toestel. Daar is het bij wedstrijden stampvol.
Onderschat het niet. Voetbal houdt ze in leven. Het woord is la Partita. Die van gisteren, die van komend weekend. Hun trots heeft zich verplaatst naar de Azzurri, la Squadra.
Mooi was het in Rieti, toen steeds de stroom uitviel tijdens de wedstrijd. In het donker zaten we te wachten tot er weer zwartwit beeld was. Ik reed het land uit en op de Brenner werd ik doorgewoven, anders dan gewoonlijk, de douane keek naar de wedstrijd.
En nu? De Italianen zijn allang naar huis. En er is ver overzee een reusachtig land, vele malen groter, waar gisteren miljoenen mannen in achterzaaltjes hun houvast, hun dromen, hun helden in een klap kwijt raakten. Wat hebben ze nog?