Ilaria

 De levensgrote, erg mooie Ilaria del Carreto (1379-1405) van wie je de tombe kunt zien in de Dom van Lucca, dit meesterstu­kje van Jacopo della Quer­cia, was bijna in stukken gehakt. Zozeer haatten de Lucchesi haar echtgenoot, de heerser Paolo de Giunigi. Ware het niet dat ze zo mooi was.

 Een halve middag liep ik om haar heen. Zesentwintig was ze. Ze liet een zoon en een dochter na, die ook Ilaria heette. Ze slaapt. De gehate Giunigi trouwde na haar met nog drie andere vrouwen. Eentje voor haar was al gestorven.

 Dichters hebben zich op Ilaria gestort. Gabriele D'Annunzio schreef over Lucca in zijn Elektra, 'Stad van de stilte' (1903). Hij beschrijft de stad omringd door bomen, een beboomde stilte. En hij heeft gelijk, de stervormige wallen met bomen erop zijn een mooie, stille wandeling.  'Waar de Guinigi dame slaapt'. Met zicht op de rivier de Serchio, leliën en korenbloemen. Wat verwijst naar de bloemen op haar tombe en het baden in de rivier.

 Quasimodo keek naar haar, Pasolini ook.