Ilja

De culturele excursie die ik naar Parijs maakte met de vierdeklassers van het gymnasium was onvergetelijk. Tekenleraar B. had een stokoude Belgische autobus gehuurd die stampvol zat. Al ter hoogte van Delft klonken alarmkreten van achterin. Van het dak, waar onze koffers waren opgebonden bleek veel los te raken. Overal op de snelweg achter ons lagen open koffers en verspreide kleding.

 Later, voorbij Roubaix stond de bus stil in een mijnstadje, tussen de ‘terrils’. De versnellingsbak!. En zo zaten vijftig gymnasiasten op stoepranden en wachtten vele uren in de hitte terwijl er gesleuteld werd. En kochten heel het enige snoepwinkeltje in de straat leeg. Tegen het donker vond B. een klooster waar we konden overnachten.

 De volgende dag kwamen we in het Stade Malakoff, een sporthal waar talloze veldbedden klaarstonden. En toen de stad in, naar het Musee Rodin. En daarna naar Chartres. Ik tekende voortdurend, met krijt, vellen vol. En daar, achterin de bus, zoals achterin alle bussen, werd om me gelachen. Er was daar een meisje, hét meisje, de Indische Ilja, die van hand tot hand ging. En die door de groep achterin de bus plotseling bij mij op schoot werd gegooid. In haar spijkerbroek en van achteren toegeknoopte roze truitje. Bovenop mijn tekening van Chartres.

 Ze legde een roze arm om mijn nek  en keek me aan. Vond ze mijn tekening van de kathedraal mooi?

 Er klonk luid gelach van achter uit de bus.