Industriële geesten

 Wanneer je het huis van een overledene betreedt is het of die er nog is. je kunt niet aanvaarden dat de bewoner zomaar verdwe­nen zou zijn. Zo ontstaan spookhuizen. Vooral in Engeland.

 Ik heb een hele nacht meegelopen met een nachtwaker, in de tijd dat die nog een trommel bij zich droeg met een rol kaartjes. Hij moest in heel het Oostelijk Havengebied op tal van plaatsen een kijkje nemen en de plaatsen waar hij was geweest vastleggen. Dat gebeurde door een ijzeren kastje, zoals ze in het gebied overal aan de muren zaten te openen en daaruit een sleuteltje aan een kettinkje te halen, dat hij in de trommel op zijn buik kon steken om daarmee een afdruk te maken op de rol, zodat plaats en tijdstip waarop hij hier was werden vastgelegd.

 Ons parcours was zeer gevarieerd, we kwamen in een directiekamer met een tegelmonument aangeboden door het personeel bij het jubileum van een directeur, maar ook in een  afgetrapte kantine waar de nachtwaker voor ons allebei een gevulde koek ratste, in de opslagplaats van een verffabriek waar het ontzaglijk stonk, langs vele prikklokken, kleedruimten vol overals en in vele kantoren.

 Tenslotte stonden we buiten. Het werd licht.

 Nu is dit alles verdwenen en staan er keurige flatjes. Maar het zou me niet verbazen als er in zo'n flat een jongetje wakker ligt met vreemde dromen, vol machinegeluiden.

 In 'Industrial ruins' schrijft Tim Edensor over de onuitroeibaarheid van herinneringen, die liggen opgeslagen in vervallen fabrieken. De geesten van de Engelse industrie zijn er nog, in Birmingham en Manchester. Boris Johnson zij gewaarschuwd.