Interieur bij regen

 Het regent op een vakantiedag. Dat betekende binnen spelen. Maar waar? En waarmee.

 De suitedeuren zijn vrijwel overal verdwenen. Het ging om schuifdeuren, meest van glas-in-lood, tegenover elkaar die als je ze over hun rails toeschoof - een onvergetelijk geluid -  de verdieping in tweeën deelden. Dan had je twee kamers. In een ervan kon een kind piano studeren, in de andere de vrouw des huizes verstelwerk doen. Dit vooral op regendagen als de kinderen binnen moesten blijven.

Bij bijzondere gelegenheden werden de suitedeuren een soort podiumgordijnen waartussen men kon optreden. Grote artiesten begonnen daar. Bijzonder waren de ‘rails’ waarover de suitedeuren bewogen konden worden, naast de schemerlamp.

In 1958 begon de verbouwwoede – hele straten verbouwden - die meebracht dat de suites werden ‘doorgebroken’. Weggebroken. Je kreeg dan één ruimte met wat heette een ‘zithoek’ en een ‘eethoek’ etc. De vloer werd een linoleumvlakte waaruit de ralls waren verdwenen. De inrichting werd voltooid met formica op de vensterbanken, oliestook en fantasiegordijnen. Aan het plafond hingen op verschillende hoogte lampkelkjes in drie kleuren. Bij mij liggen de de rails er nog, onder het vaste tapijt. Waarom dit alles? Een verbetering was het niet. Wat van het weggedane meubilair over is duikt nu op markten op en brengt geld op, Oud is mooi geworden.