Italianen

 Dit is weer om over Mussolini te schrijven. Die altijd een lamp liet branden aan het raam van zijn werkkamer. Immers, 'hij sliep nooit’. In 'Die Italianen', de merkwaardig vertaalde titel van Luigi Barzini's 'The Italians' leer je niet alleen dat dat 'maffia' een onzinnige Nederlandse spelling van de laatste jaren is.

 Zoiets als het dwangmatig verkeerd blijven uitspreken van Srebrenica. Het is dus in het Italiaans Mafia.

 Misschien was Mussolini de eerste koning van de 'al­ternatieve waarheid'. Hij leefde net als Trump in een denkbeeldige wereld. De steden die hij bezocht - denk aan Una giornata particolare - waren lang tevoren op zijn bezoek voorbereid. Hij kreeg alleen te zien wat hem zou behagen. Denk aan het idiote volkstoneel bij de bezoeken van de Oranjes. 

 Een keer ging het mis. Bij een bezoek aan een grote fabriek wilde de Duce opeens weten op welke partijen deze arbeiders stemden. Ze antwoordden eerlijk: Christendemocraten, Socialisten, Republikeinen of Communisten. Waarop er onrust ontstond.'

'Maar wie van jullie is dan eigenlijk fascist,' vroeg de grote leider. De voorman had het begrepen: 'Allemaal natuurlijk Duce,' zei hij. 'Allemaal.' Applaus.

Bij zijn bezoek aan Catania op Sicilië, mafiastad, werd natuurlijk een groots banket aangericht. Maar na afloop bleek de dure jas van de Duce verdwenen. 'Die heeft u binnen een half uurtje terug Duce,' fluisterde de lokale partijleider in zijn oor. Mussolini werkte vlekkeloos samen met de mafia. En zo lag de jas van de Duce al spoedig op tafel. Met excuses.