Hoe Haags, denk ik, rondlopend door de Jan Toorop-zalen in het Gemeentemuseum, hoe Indisch ook. Al van jongsaf doe ik aan wegkijken als het om onze beroemdste symbolist (1858-1928), vader van Charley, gaat.
Maar vanmiddag moest ik eraan. Kijken naar 'De zielen om de Sphinx' (1897) en raden naar de beweegredenen van een zweefkees. Die in het zelfde jaar (1893) beroemd werd met zijn Delftse slaolie-reclame - waaruit de Hollandse term slaoliestijl geboren werd voor Jugendstil - en zo'n draak als 'Fatalisme'.
Dat je daar niks anders uit zou kunnen schilderen dan treurkoppies met een suggestie van diepzinnigheid drong niet tot hem door. Erg snugger was Jan niet.
Hij heeft in vele stijlen gewerkt, van tachtigers en impressionisme tot pointillisme, wat de tentoonstelling tot een uitstalkast maakt van schildermodes. Maar schilderen wat hij zag was hem niet genoeg, hij wilde het hogere, het diepere.
Het hogere en het diepere, de schuilplaats voor al die het hoog in z'n bol heeft en graag met geheven kin ongrijpbaar blijft.
'Ja, dat begrijp jij toch niet'. De great escape, die ook door theosofen, soefi's en antroposofen wordt toegepast.
Wees vooral onbegrijpelijk en suggereer veel. Doornen, rozen, geuren, golvende haren, geloken ogen. Mystiek, een scheutje Christendom. Kortom net wat dezer dagen zo gevraagd wordt: spiritualiteit. En ja, hij werd katholiek.