Japan en China

 Rudy Kousbroek kwam in een van onze gesprekken op de dood. De zijne kon niet veraf zijn en hij zei: 'En dan te bedenken dat alles wat nu in dit hoofd zit opgeslagen dan opeens weg is.' Nog vaak denk ik 'dit zou ik aan Rudy willen vragen.' Zoals dit stukje van Tanizaki , over zijn kinderjaren en wat hij las over China en Japan.

 Over het verband tussen Japanse en de in zijn ogen soms wat vulgaire Chinese literatuur. Al bewondert hij daarvan 'de combinatie van melodische schoonheid en diepe schoonheid'.

 En hij citeert:

'Hoe treurig dat er, hoewel de rang van keizer zo hoog is als de Poolster, en hoewel hij bediend wordt door de Honderd Hovelingen, die zijn als sterrenbeelden in de hemel, niemand is om hem te begeleiden op de weg die leidt naar de Negen Bronnen van de Onderwereld. Wat eraan te doen? Hoewel talloze troepen zijn samengetrokken als wolken rond de verre Zuidelijke Heuvels is er geen krijger die de opmars kan stuiten van de vijand die Tijdelijkheid heet. De hovelingen voelen zich of hun boot midden op de rivier is gekapseisd, en zij door de golven worden gebeukt; of het enige licht in de nachtelijke duisternis is gedoofd en zij verder moeten lopen door de regen van de diepe nacht...'.