De Zeeuwse dichter J.C. van Schagen (1891-1985) heeft veel geschreven. Alleen maar, zei hij om stilte maken. Ruimte voor stilte, een meer van stilte aan de andere kant van zijn gepraat. Daarom bewaarde hij alles wat hij schreef, zonder onderscheid.
Dit vind ik in de keuze uit zijn werk die Ingmar Heytze maakte en inleidde en die Ik ga maar en blijf heet, vrij naar Van Schagens titel Ik ga maar en ben (1972):
ik houd zo van zwijgen
daarom praat ik zoveel woorden
om ruimte voor dat zwijgen te maken
ze moeten de woordenzee in tweeën scheiden
dat ik vluchten kan naar het beloofde eiland
waar het zwijgen is
eindeloos snijden woorden in het water
of korte strofen als:
een mens wordt wakker
en neemt, starend in de nacht
een slokje karnemelk
er rolde een traan
in zijn kopje thee - vrij stom
toen dronk hij het op
je zit te huilen
terwijl je een stuk koek eet
dit blijkt te kunnen
(...)