Het gebeurt al in je hoofd terwijl je Jules Verne leest: de illustraties komen tot leven. En zo wordt lezen in je hoofd een visuele belevenis. Elke zes of acht pagina's staat er in de boeken een prent. Edouard Riou en Léon Benett vooral dachten ook met Verne mee over de verhalen en hij gebruikte wat ze tekenden.
Wat lag meer voor de hand dan de verhalen ook echt tot leven brengen. Toen het medium film eenmaal zover was en Georges Méliès had laten zien hoe je met stop-motion wonderen kon laten gebeuren kwam de Tsjech Karel Zeman. Zijn 'The fabulous World of Jules Verne' werd bekroond op de EXPO van 1958 in Brussel en zelfs in Amerika uitgebracht.
Geen succes daar, het publiek was gewend aan Disney.
Zemans werkwijze was op het hysterische af trouw aan de oorspronkelijke gravures. Geacteerde scenes werden voorzien van arceringen en effecten om levende gravures te maken. Er werden zelfs verfrollers gebruikt met streepjes, waarmee decors en kostuums arceringen en grafische effecten kregen.
Zeman ging vrij om met het werk van Verne, verhalen lopen in elkaar over, precies zoals in mijn lezershoofd.
Hoe Karl Zeman mijn hoofd binnenwandelde? Griep heeft de vreemdste effecten. Misschien had Jules Verne ook vaak koorts.
PS. De aangekondigde digitarele restauratie waarvan in de trailer iets te zien is werd niet in Nederland vertoond.