Net als Oblomov eindig ik vermoedelijk als een lezer van landkaarten. Omdat de namen van steden of straten nooit overtroffen kunnen worden door hun werkelijkheden.
Waarom ben ik vandaag in Kassel en kijk naar het straatnaambordje Schöne Aussicht inplaats van me om te keren naar het dal van de Fulda en het terras vol eters achter me? Daarom. Daarom wandel ik door een straat die Am Weinberg heet.
En was mijn redding vanavond de Philosophenweg, daar vlak achter.
In het Haagse Bos heb je sinds jaar en dag een Filosofenpad. Nog hoor ik Remco Campert aan een jonge schrijver die zich daarover verbaasde uitleggen wat ermee bedoeld werd.
In het witte huis woonden jarenlang de gebroeders Jakob en Wilhelm Grimm.