The essential Kaurismäki, in tien films, vertoont Eye deze kerst. Ik zag vanmiddag de klassieker Calamari Union (1985), gemaakt in de punktijd en doordrenkt van het 'no future, no fun'. Het tegendeel van de fijne avonden en prettige weekenden waarmee je tegenwoordig om de oren wordt geslagen.
Geen psychodrama, zoals in heel Kaurismäki's werk. Zijn karakters handelen intuïtief en impulsief. Schieten iemand neer omdat z'n gezicht hun niet aanstaat. Zoals het meisje dat een vermoeiende versierpoging beëindigt met een pistoolschot.
Dat gedrag is absurd genoemd, maar het lucht ontzettend op.
Het verhaal van Calamari Union is ook idioot. Zeventien jongens van een rockband - die nota bene allemaal 'Frank' heten en waarvan er ook al een paar dood zijn - gaan op weg naar het beloofde land, de luxe wijk Eira. Maar ze komen er nooit aan omdat de wijk nog gebouwd moet worden.
Wat nu? Een bank beroven? Dat kan. Die impulsiviteit kwam terug in de film waarmee Kaurismäki doorbrak, 'Het meisje van de luciferfabriek' (1990), waarin de onbeweeglijke actrice Kati Outinen de Aki-wereld voorzag van drama.
De muziek is me bij Aki altijd vertrouwd, van blues, als Elmore James' Sunnyland - de trein naar de zon, maar niet voor jou - tot Chuck Berry en Ben E. King.
Ik dacht bij Calamari Union terug aan het moederszoontje dat opeens moed vat, het ouderlijk huis ontvlucht om veertien dagen met z'n vriend de bloemetjes buiten te gaan zetten in Leningrad. Hij sluit zijn bedilzieke moeder op in de kleerkast en steekt de sleutel in z'n zak. Na veertien dagen keren de twee terug en draait hij de kleerkast weer open. De moeder stapt eruit en gaat theeschenken. Einde film.