In het 'Over de grens'-nummer van Tijdschrift Terras vond ik dit gedicht van de Mexicaanse Coral Bracho (1951), vertaald door Lisa Thunnissen. Nu stond er kortgeleden een rugzak voor me, lukraak gevuld met oude tot zeer oude, fraai bewerkte kleren. Veel ondergoed. Het ontwarren van zo'n berg, uitvissen wat wat is, een kraagje, een onderrok, een soort bef, een lijfje. Kleren hebben de neiging zich te verstrengelen. Te rebelleren tegen ordening.
Hotelkamer
ZE VERANDEREN STILLETJES VAN PLEK
Daar staat de koffer,
aan de rand van de kamer, aan de rand
van het strand
of van in zee
vallen. Kleren
die in de war raken, die rebelleren. Moeilijk
ze te herkennen. Moeilijk
ze te observeren want ze vormen kluwens, verstoppen zich,
veranderen stilletjes van plek. Moeilijk te zien
waar ze ophouden en wat hun gewoontes
willen zeggen.