Knoop

 Het begon ermee dat ik de boekwinkel een door de New Yorker geprezen verhalenbundel aantrof van de Noorse schrijfster Gunnhild Oyehaug getiteld 'Knopen'. Daar weet ik iets van, de knopen op mijn jas, maar ook die ik leerde bij de padvinderij als de onontwarbare paalsteek en de mastworp.

 Thuisgekomen sloeg ik het titelverhaal meteen op. Een meisje krijgt en zoontje, maar wat zij en de medici ook proberen de navelstreng, waar een knoop in zit, wil niet los. En dat blijft zo. De navelstreng blijkt heel solide en moeder en zoon groeien op als een Siamese tweeling. Waar ze op den duur heel tevreden mee zijn.

 Een van verbazende eigenschappen van de soort is dat mensen zich aan de vreemdste omstandigheden aanpassen. Zo ook hier. Als het jongetje Käre trouwt moet zijn moeder wel bij het echtpaar intrekken. De moeder verblijft in de kamer naast de hunne. Maar dat mislukt.

 Moeder en zoon leven dan vreedzaam tot zij sterft. De oplossing blijkt dat de moeder op het kerkhof zal liggen en dat boven haar graf een huisje voor Käre wordt gebouwd, met een opening voor de navelstreng.

 Daar ziet hij dagelijks de stoeten voorbijgaan waarin altijd een bleek meisje mee loopt. Ze komt langs en hij vertelt haar alles. En hij doet haar en huwelijksaanzoek.

 'Misschien krijg je een kind met net zo'n navelstreng als ik.' 

 Ze zou niets liever willen.