Koreaanse teddybeer

 Ga je per ongeluk de grens tussen de beide Korea's over dan zit je altijd verkeer­d. Ofwel je bent een afvallige of een spion. De film begin met een scene bij de Noord-Koreaanse visser Nam thuis. Zijn vrouw is bezig met naald en draad de oude teddybeer van hun dochtertje te herstellen.

 'The net', die draait in het Worldcinema festival, is precies de goeie titel voor een film over een visser die de grens over drijft als zijn buiten­boordmotor zich in z'n net vastdraait. Hij drijft af naar het Zuiden. Waar hij zich verstrikt in het netwerk van de spionnenvangers.

 Een spion is een trofee. Met harde hand wordt geprobeerd een spion van visser Nam te maken. Hij van zijn kant weet dat hij gevaar loopt. Hij mag niets zien in het Zuiden en houdt z'n ogen stijf dicht tijdens een rondrit door Seoel. Hij wil niets liever dan zich aan de regels houden en terug naar huis. Het aanbod in het Zuiden te blijven wijst hij stellig af.

 Als hij toch zijn ogen opent ziet Nam in een drukke winkelstraat zoals hij er nooit een zag dat de winkels in Seoel vol teddyberen liggen. Hij wordt bij z'n wandeling voortdurend door camera's gevolgd.

 Als ie tenslotte naar het Noorden wordt teruggestuurd lijkt dat aan beide kanten van de grens de zelfde spionnen paranoia heerst. En moet hij ook daar drie maal opschrijven wat hij gedaan en gezien heeft. Wat wil hij? Hij wil terug naar huis.

 Regisseur Kim Ki-duk, bekend van oa. de meesterlijke Bin-jip, over de onzichtbare medebewoner, heeft van de teddybeer een centrale figuur gemaakt in deze wereld. Nam krijgt een Zuid-Koreaanse mee, die kan praten en bewegen. Met akelige oogjes. Noord- of Zuid-Korea, voor hem zijn ze even slecht. En als Nam eenmaal murw geslagen thuis is heeft z'n dochtertje toch liever haar oude teddybeer.