Elk geslaagd kunstwerk herbergt een raadsel dat je nooit zult oplossen. Daarom moet je er altijd weer naar terug. Zou het zo niet zijn?
Bij In the labyrinth kwam die gedachte terug. Wat zag ik? Het vorm geven aan wat er in je omgaat. Zover je er bij kunt. Kwam er iemand nader tot het raadsel? Of was het al heel wat ernaar te wijzen. Zoals Otto Egberts met zijn lichaamsgroeisels of de Koreaan Jisan Ahn in zijn grote, geschilderde drieluik, waarin een man letterlijk eerst bedolven wordt door de geschiedenis en er tenslotte onder bezwijkt en in het niets oplost.
Vrouwen lijken zich beter thuis te voelen in het labyrinth. Mannen weten er geen raad mee. De Israeli Ron Amir wordt belegerd door demonen, Levi van Veluw laat het beknelde individu zien en Hans Op de Beeck maakt dat hij wegkomt, heeft zijn hebben en houen al verpakt in - strikt zwarte - rolkoffers, tassen en zo meer.