Vorige maand berichtte de Belgische krant De Morgen over 'een surrealistisch lek in het Brusselse museum voor Schone Kunsten'. Ik zou naar Brussel, maar kon de Rogier van der Weijden-tentoonstelling vergeten. Die werd onmiddellijk ontruimd.
Oorzaak: werkzaamheden. Een ingehuurde firma had gaten geboord zonder te weten dat ze dat deed in het dak van zalen met laat‑middeleeuwse schilderijen, met bruiklenen uit het Prado, het Louvre, de National Gallery in Washington en het Metropolitan Museum in New York. De expositie is amper een maand open geweest. De schilderijen hebben geen waterschade, maar er is een verlies aan inkomsten van ongeveer 600.000 euro. Plus verzekering, vroegtijdige terugzending enzomeer.
Waarom werden die gaten geboord? Dat was voor het nieuwe Fin‑de‑Siècle Museum in de zelfde berg, die ik komende zondag wil bezoeken. Al die musea, ook het Magritte-museum zitten diep in de Kunstberg. En er moest een zeil over de lichtschacht van het museum aangebracht worden omdat directeur Draguet die zalen nu juist wilde verduisteren.
Dat de Kunstberg deels op instorten staat is een publiek geheim. Vandaag werden er in België kamervragen over gesteld. In 2009 waren er al grote vochtproblemen in een depot waar 842 schilderijen van oude meesters zijn opgeslagen. Begin 2012 werd een tentoonstelling over Dalí en het surrealisme op het laatste moment afgezegd. En op 1 februari 2011 besloot Draguet het Museum voor Moderne Kunst gewoonweg te sluiten omdat hij op die plaats zijn nieuwe Fin‑de‑Siècle Museum wilde inrichten, het tweede 'filiaal', na het Magritte Museum. Personeel wist vanmorgen op de radio te vertellen dat overal in de Kunstberg emmertjes staan.