Leo Gestel

 Leo Gestel is de minst bekende en tegelijk de raadselachtigste van de Nederlandse avant-gardisten van rond 1900. Hij kon lijkende gezichten tekenen, ze overtuigend in olieverf doen met enkel maar een neus en een mond, ogen en meer niet. In pastelkrijt was ie minstens zo goed.

 Vanmiddag werd ik in Singer in Laren overdonderd door het grote overzicht van zijn werk. Internationaal georiënteerd al in die vroege jaren.

 Gestel deed alles. In materiaal en in stijl. Het ene jaar was ie kubist, dan fauvist, het volgende pointillist. Hij keerde de boel om, stijl was bij hem een middel. Dat zie je aan zijn Staande vrouw uit 1913. Hij gebru­ikt het kubistisch idioom, maar anders dan de Parijzenaars.

 Op zijn manier. De eerste knockout in Singer is deze Staande vrouw. Zoiets ken ik van geen Parijzenaar uit die jaren. De figuur valt niet uiteen in vlakken en lijnen, integendeel, er komt een vrouw op je af. Ze daagt je uit. Verbazend hoe Gestel beweging maakt in kubistische vorm. Haar gedraaide bovenlichaam, haar jurk, alles zwiert. Hooguit kom je na Picasso in de buurt van de wielrenners van Robert Delaunay.

 Gestel verkende in de avant‑garde jaren alle nieuwe stijlen en technieken. Was hij Luminist? Pointillist? Kubist? Hij reisde en pikte rusteloos wat hij kon gebruiken.

 En zo spotte hij met de heilige wetten van de herkenbaarheid van het kunstenaarschap. Door zijn veelzijdigheid werd hij nooit 'iconisch' en zo beroemd als Mondriaan of Van Dongen. Maar wat een ambitie, wat een werkdrift.

 Samen met vriend Jan Sluijters zette hij in Amsterdam wel de boel op stelten. Hun fauvistische naakten werden in 1911 van een internationale tentoonstelling van modernen in het Stedelijk als onzedelijk verwijderd. Toch raakten ze uiteen, Sluijters belandde bij familietafreeltjes met veel kinderen en Leo Gestel die hem dat kwalijk nam hield niet op met experimenteren.

 Er is veel onbekend werk uit particuliere collecties, en een mooie catalogus. Ga het zien.