Hoe stilte, hoe zwijgen eruit ziet. Een film om te zien in deze gedenkdagen. Joshua Oppenheimer maakte een tweede film over hoe men in Indonesië omgaat met de massamoord op een miljoen 'communisten' in 1965 en 1966. Door wat 'het volk' heette.
Het regime organiseerde een bloedige terreur. Niet moeilijk, denk aan de Armeense genocide en de leugens. Zo waren communisten ongelovig, je moest hun bloed drinken, vertellen een paar daders openlijk, dat beschermde je tegen gek worden. Wat veel massamoordenaars overkomen was. Doden kan niet iedereen maar zo.
In de film zoekt Adi het lot van zijn vermoorde broer Ramli uit. Mooi is de reden waarom hij langs kan komen: hij doet oogmetingen, en meet de moordenaars nieuwe brillen aan. Symboliek ja, maar 't werkt.
De enige die niet liegt en alles doorziet is zijn hoogbejaarde, mooie, scherpzinnige moeder. Verder heeft ieder die hij spreekt belang bij liegen, draaien of zwijgen. Behalve sommige moordenaars van toen. Die met graagte voordoen hoe het moorden in z'n werk ging.
Eerst met kapmessen, dan de Slangenrivier in. Zodat niemand meer vis uit die rivier wilde eten. Twee daders uit de voorafgaande film The Act of Killing spelen opgewekt een moordpartij na, op de plek zelf aan de rivier.
Stilte. Ik dacht aan Luftkrieg und Literatur, het boek van W.G.Sebald over het zwijgen van de Duitse literatuur over het eind van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland. Zijn verklaring: het was te erg. Er viel niet mee te leven. Geen reden er niet over te schrijven.
Tegen die grens loopt ook Joshua Oppenheimer op. Veel geïnterviewden vragen hem hiermee op te houden. Wat heeft het voor zin zoveel gruwelen die je meemaakte weer onder ogen te zien. Alleen de altijd nog strijdbare moeder van Adi denkt daar anders over.