Louis Lehmann

 Als voorproefje van de biografie van de dichter, scheepsarcheoloog, componist en surrealistisch kunstenaar is er nu een boekje van Jaap van der Bent en uitgever Paul Abels. Zijn improvisatievermogen verliet hem tot het laatst niet. Toen lopen steeds moeilijker werd dook hij de steel van een spade op, die voldeed als kruk in het ziekenhuis.  Dat we bevriend raakten kwam door de muziek. In zijn wekelijkse radiorubriek kon je alles verwachten, van Moreau Gottschalk tot calypso of rap.

  Wij hebben veel radio gedaan, zijn composities werden uitgevoerd door Guus Jansen en anderen. Louis zong, speelde wat gitaar en piano.

 En achterin het boekje vind je dan onze eerste 'common groun­d':   

Het is troosteloos

te kijken naar een waslijn

met een oneven aantal sokken

 En soms, als het vochtig weer is

hangen ze er

dagenlang, dagenlang

 Uit de jasjes, die Louis Lehmann (1920-2012) tekende in zijn kleerkast, steken schimmige handen. Alsof hij zou voortleven in zijn kleren. De tekeningen staan afgedrukt in het boekje 'Kleren' dat Alida Beekhuis in 1998 maakte, samen met gedichten over kleren.

 'Als 'k dood ben zijn mijn kleren rare dingen.

De overhemden, nieuw of dragensbroos,

de pakken hangend waar ze altijd hingen,

steeds wijzend naar omlaag, besluiteloos.'

 uit: 'Luxe' (1966, kort voor hij geen gedichten meer publicee­rde): 'Dichten, je kunt het of je kunt het niet. Je hoeft er niets voor te weten.' Daarna werd hij scheepsarcheoloog.