Zoals de film van Cyril Mennegun begint denk je zij is een slachtoffer, wonend in haar oude auto, zich wassend bij pompstations, haar post komt in 't cafe.
Slachtoffer, nu nog zien van wat en wie. Haar gezicht verbergt, aan praten doet ze niet. Bijna vijftig is ze en kamermeisje, werkster. Ze heeft een al te zichtbare pukkel op haar rechterbovenlip die uitgroeit tot een merkteken. En dan pas, na een demonstratie van vernuftige overlevingstechnieken - eten pikken in wegrestaurants, geld winnen bij paardenraces, benzine hevelen uit de tank van een vrachtwagen - blijkt hoe het zit. Zij, zij heeft haar man afgedankt, hij wil helpen, maar ze wijst zijn hulp af, net als die van anderen.
Louise wil niet geholpen worden. Leven kan ze alleen op haar eigen voorwaarden.
Ik verdween in de film, tot m'n nek. Vereenzelvigde me zo met de trots van Louise dat ik me begon af te vragen of ik hier ooit nog uit zou komen. Maar de film bracht redding.