Hij kan zelfs Red River Valley op z'n mondharmonica spelen. Harry Dean Stanton heeft alles wat een klassieke filmacteur nodig heeft. Hij kan z'n gezicht onbeweeglijk houden. Niet een keer knippert hij met zijn ogen. Alleen aan het eind van 'Lucky' lacht hij heel even.
Een klassiek Western-tableau vivant. Een vlek in Arizona tussen de oeroude cactussen met een enkele diner, waarin alles zijn plaats heeft en het enige drama de weggelopen schildpad Roosevelt is. Een naam die zegt hoe oud hij al is.
Stanton zal kort na de opnamen 91 worden, nog geen schildpaddenleeftijd. De dood komt maar heel terloops voorbij af en toe. Als jongen schoot Lucky eens op een spotvogel en tot zijn schrik hield diens gezang opeens op.
Als Lucky vertelt dat hij bang is doet hij dat alsof hij een geheim verklapt waarover men zwijgt. Zekerheden. Hij verzamelt ze uit kruiswoordpuzzels en van tv-quizzen. Zo weet hij dat de renaissance een ding is.
Langzaam. Tegendraads. Hij rookt, maar is volgens de dokter zou ophouden schadelijker zijn dan doorroken. Niet veranderen dus. Zolang er niets verandert ben je onsterfelijk.