De bovenbuurvrouw van mijn grootouders liet aan een touw een mandje zakken als de melkboer kwam. Die deed er melk, kaas en eieren in. Dat scheelde traplopen.
Hoe zoiets nu gaat kun je vinden in de uitzonderlijke dichtbundel 'Woon ik hier' van Jos Versteegen. Met teksten van en over oude mensen. In een verzorgingshuis gevonden taal: 'Wat wilt u weten?':
'Mijn vak? Coupeuse. Bloesjes eerst, toen rokken./ Pasdame, later. Weet u wat dat was?/ Dan moest je kleren aandoen die een klant had uitgekozen. Wou u dat graag weten?
Mijn moeder ging met volle tassen weg:/handdoeken, tafellakens, kindergoed,/ en waar ze dan mee thuiskwam? Graan met maden/ Wat ook ruilmiddel werd: verdwenen ooms,/ daar kreeg je nare dromen voor terug.
Ik was gelukkig, weet u dat?/ Een man/ en fijne kinderen, een prachtig huis./ Ik schilderde een blinde muur vol Nijntjes,/ er werden kleine snorren op getekend.
Mijn neef is arts, ik kreeg van hem een briefje,/ daar staat precies op wat ik doen moet, straks./ Wat wilt u verder weten? Zeg het maar.'