Mark Boog en de duivel

 De hoofdfiguur in Mark Boogs uitzonderlijke roman in verzen 'De rotonde' heeft er genoeg van. Kantoorman Van Dam loopt de stad uit naar een ver kruispunt om daar zijn ziel aan de duivel te verkopen.

 'In zijn lange jas de overblijfselen/ van eerder leven: bonnen, pepermunt,/ een pen, portemonnee gevuld met geld/ dat vaak gebru­ikt is en met kaarten:

krediet-, parkeer-, visite-, korting-./ Koel en ijverig de werkdag als altijd./ Het duurt niet lang voor hij de stad uit is,/ die modderpoel van oud en ouder zeer.'

 Meteen denk ik aan de teksten ('Crossroads', 'Me and the devil') van blueszanger Robert Johnson die zijn ziel verkocht om een muzikaal genie te kunnen worden.

Nog iets: 'Het kruispunt blijkt, het is een barre/ tijd, verbouwd tot een rotonde.

 'De advertentie die hij ooit de krant/ heeft aangeboden: Ziel te koop. Niet duur./ Als nieuw, haast ongebruikt. Gevraagde prijs:/ talent, genie, genot, iets groots en vurigs.

Ik wacht op vrijdagavond bij het kruispunt,/ na zonsondergang. U herkent mij/ aan de lege blik, de grijze jas,/het stof tussen de kaken. Geen reacties.'

En dan het weerkerende motief:

 'Hij ziet de weg.

Hij buigt het hoofd.

Het onweert in de verte.'

Tags: