Hier in Leuven, in het museum M overrompeld door het werk van de Oostenrijker Markus Schinwald 1973. Alles beweegt, zij het traag. Zelfs wanden waar zijn schilderijen aan hangen draaien tergend langzaam op de bovenste verdieping, hoog boven de stad..
Van een groepje poppen van kinderen met pijngezichten heeft elk een zenuwtrek.
Wat heeft een man die zijn te grote broek probeert op te hijsen te maken met een aan een touw opgehesen vrouw op pumps? Met aquariumvissen? Het een op film, het ander in water. Ongrijpbare multi-media grappen.
Nu, schrijvend kan ik mijn ingehouden giechels van vanmiddag niet uitleggen. En dat is de verdienste van Schinwald. Noem het surrealisme, absurdisme, haal Beckett en David Lynch erbij en je bent nog nergens. Grapjes uitleggen, dat is wat ik hier probeer. En dan is grapje het verkeerde woord.
Een groot plezier was het vanmiddag ook de toeschouwers gade te slaan, hun peinzende kinderen, de erg mooie, ingekeerde museummeisjes die in M ronddoolden. Schinwald betovert ze. Paaldanseressen van brons hangen boven klassieke schilderijfragmenten. En werpen hun schaduwen.. Ga kijken.