Medardo Rosso

 Overviel me. In Boijmans, naast de bekende Brancusi en Man Ray. Een beeldhouwer die in 1887 de passagiers van een omnibus tot onderwerp neemt, vooruit. Maar als dat nu alles was. Rosso is een verdwijnkunstenaar. 

 Rosso (1858-1928) koos niet alleen ongewone onder­wer­pen, hij ging ook aan de haal met wat traditioneel voorgrond was en wat achtergrond. Vaak zie je de afdruk van een ruw stuk was of klei, waar halverwege een kop uit naar voren komt. Zoals je in rotsgebergten zomaar een gezicht in de steen ziet. Dat dan weer verdwijnt. De bunte Kuh, de Jungfrau. Het ongepolijste, schijnbaar toevallige had zijn liefde. Materiaal moest spreken. En op de koop toe vermengde hij zijn beeldhouwkunst met een rauw gebruik van het nieuwe medium van de fotografie.

 Zijn 'Impressione d'omnibus' laat het allemaal tegelijk zien. Het is een zg. albuminedruk, een foto van een foto. Verknipt, met krassen, scheuren en gaten, met retouches, wit 'gehoogd' in het midden, geplakt op karton van 13,9 bij 24,8 centimeter.

 Het ontstaan is zo beschreven: 'Op een avond in Genua keek de kunstenaar naar de mensen op straat, van wie de schaduwen scherp afstaken tegen de witte muren van de gebouwen. Het viel hem op dat de donkere silhouetten niet minder aanwezig waren dan de mensen zelf.' En zei: "We hoeven dus slechts rekening te houden met welke indruk we krijgen, alleen die is doorslaggevend." Hij stapelde een grote hoop klei op elkaar en schiep in een paar dagen zijn passagiers. Vijf levensgrote gestalten, een slapende man, een groenteverkoopster en zo door. Het beeld brak bij transport naar Venetië in stukken, zijn vrouw gooide de brokken weg. Over bleef alleen het negatief van de foto die Rosso ervan had gemaakt. Daarmee ging hij later fotografisch verder. Er ontstonden geesten, aura's in zijn omnibus. Rechts, schimmig, hijzelf..