Meer buren

 Soms luisterde ik aan de muur, wat de moeder van Arnon Grunberg ook deed als de televisie haar verveelde. Wat de buren zeiden was oneindig verrassender en onvoorspelbaarder dan de wereld van de beeldbuis.

 Wat ging er om tussen de mensen die je soms op straat zag lopen als de huisdeur met z'n heel eigen klak in het slot gevallen was? Anderen, ook familieleden, waren vreemden.

 Bordewijk vergeleek in z'n roman Noorderlicht (1948) familieleden met hemellichamen. Familieleden cirkelen rond elkaar als planeten of manen, soms nabij dan weer onmetelijk ver. Maar toch door raadselachtige wetten met elkaar verbonden.

 Wat ging er tussen onze zwijgzame Haagse buren meneer en mevrouw Worms om? Indische mensen. Een stille muur.

 Een rijtjeshuis als het onze. Soms bewoog de vitrage heel even als stof werd afgenomen in de vensterbank.

 Ik heb aan hun brievenbus geroken. Zou de moeder van Arnon dat ook gedaan hebben?

 Op Kerstavond vertel ik in de Utrechtse Molen de Ster tijdens de Vorlesebuhne hoe ik als planetenverkenner kennismaakte met het leven in andere huizen. Van de deurbel tot het pannensponsje.