Mijn Hanny-jaren

 Het is hoogzomer, met open balkondeuren heb ik eerst alle dagen naar de heggeschaarvogel geluisterd. Die is vertrokken, nu is de beurt aan de tikmachinevogel. Een veel lichter geluid, maar even volhardend. De vogels zelf heb ik nooit gezien, ze verstoppen zich in het struweel. Langzaam nader ik het eind van mijn Hanny Michaelis-jaren. Al meer dan twee jaren leef ik met haar 'Oorlogsdagboeken'. Waarin ze zich vaak vastklampt aan de natuur, de seizoenen rond de adressen op het platteland waar ze als dienstmeisje onderdook.

 Ik kende haar een beetje, we liepen een paar keer stijf gearmd van haar huis aan de Reguliersgracht naar de studio aan de Amstel. Ze droeg haar jas met de kokette bontkraag. Maar was bang voor de 'Arabieren' in de shoarmatentjes in de Halvemaansteeg. En nu vond ik het boekje terug dat dagboeken-samensteller Nop Maas in 2008, een jaar na haar dood maakte met een paar gedichten en aantekeningen uit haar nalatenschap. Zoals:

'Nu en toen

en later dooreengevloeid

in het grondwater van de nacht.

Over tuinen en achtergevels

tuurt een wijd opengesperd

okergeel oog door de duisternis

waar niets beweegt In mijn binnenste

roert zich geen gedachte, geen gevoel.

Onwezenlijk evenwicht

zonder een spoor van vrede.'

Tags: