Op het dorp liepen langs de karresporen smalle, platgereden fietspaden. Ik fietste er op een zaterdagmiddag in lome hitte. Uit een boerderijtje klonk een trombone, die zijn partij oefende voor de uitvoering van de dorpsharmonie in de muziektent, de volgende dag. Verderop hoorde je een eenzame klarinet.
De fietspaadjes reden ongekend soepel. De bodem veerde onder je banden. Probleem was als iemand je tegemoet kwam, een van de twee - de jongste - moest dan ruimte maken, door uit te wijken naar het mulle karrespoor.
Daarbij werd de dorpsgroet uitgewisseld. In Eerbeek het binnensmondse 'moi'. Het was immers uitgesloten dat je iemand tegenkwam die je niet kende.
'Moi'.
Daaraan denk ik als ik de mail-begroetingen van nu lees, meestal 'hoi'. Met je naam erbij. Hoi Wim.
Als je bent opgegroeid met 'Beste Wim', blijft het kleutertaal. Er zijn er die variëren met 'ha', 'hai' of 'hallo' maar dat helpt niet, het blijft schoolplein. Er zijn kennelijk mensen die dat ook zo aanvoelen en kiezen voor het geheel weglaten van de aanhef. Ik acht ze hoog.
Je hebt er ook die kiezen voor 'Dag' en dan je naam. Wat me daarin tegenstaat is de toon van een leerkracht. Een dagzegger plaatst zich voor mijn gevoel boven degeen die hij begroet. Het mooiste is een 'Lieve' worden. Dan opent zich een wereld, waaruit geen terug mogelijk is.
Intussen is 'Beste' vrijwel verdwenen. Net als wat daaraan voorafging, 'Geachte Heer'. Toch hou ik het op 'Beste'. Maar waarin verschilt een mail nu eigenlijk van een briefje? In niet veel meer, denk ik, dan de snelheid van verzenden.
'Moi'. Het kostte me moeite eraan te wennen. In Zutfen, waar ik vandaan kwam, groette je niemand behalve de buren.
Internet is een dorp.