Hoe komt het dat gedichtjes die generaties amuseerden met kwinkslagen en kleine levenswijsheden - zoals die van de Christian Morgenstern (1871-1914) - nu niet meer werken? Mijn grootvader, leraar Duits, kocht in 1933 de verzamelde Galgenlieder van Morgenstern, die in hun braafheid de titel weinig eer aan doen. Toen al 40.000 ex. van gedrukt. In de teksten uit het tijdschrift Raster die opvolger Terras regelmatig online zet kwam ik ze tegen. Dit is uit de cyclus over de komische figuur Palmström, vertaald door Ernst van Altena. Ik las ze. Maar eentje overleefde: Geluidsisolatie:
Palmström hult zich graag in veel rumoer
deels als afweer tegen veel lawaai,
deels om zich te hoeden voor het derde oor.
Dus hij laat rondom zijn kamer water-
buizen leggen die voortdurend suizen
en verliest zich, zo beschermd, heel vaak in
Urenlange monologen, uren-
lange monologen, als de spreker
die in Athene tot de branding brulde,
als Demostenes aan 't oceaanstrand.
Nu weet ik waarom dit ene de tijd trotseert. 't Is ernst. Hij was een geluidsneuroticus.