Je hebt altijd maar een muis. De mijne mag gerust over mijn voet lopen als ik de krant lees. Maar als er meer door de kamer rennen moet er iets gebeuren. Ik heb al twee uitgedroogde familieleden opgeveegd.
Muis is geen grapje, zoals in tekenfilms, waar de kat zegt 'I hate those mieces to pieces'. Muis is een mooi en intelligent dier.
Ik kom binnen en muis zit midden op het tapijt, doodstil. Hij rent niet weg. Ik denk dat hij dood is - ik zet dus doosjes gif - en ga naar de keuken om veger en blik. Maar dan loopt muis weg, niet al te vlug maar toch, en verstopt zich.
Die avond ligt muis op het tapijt. En is dood. In de keuken loopt een bloedspoor over de vloer. Ik, de moordenaar, veeg hem op en lap schuldig de vloer. Nu rust de ontzielde muis in een vuilniszak die ik nog weg moet doen.
Vallen zijn geprobeerd maar werken niet of blijken martelwerktuigen. De Partij voor de Dieren heb ik er nooit over gehoord.
Heel de dag is muis niet uit mijn gedachten. Hoe erg is het een muis te vermoorden? Eigenlijk lijkt het me onzegbaar erg. Muis is lief en ik ben een monster.