Van 1922 tot 1945 werd Italië - afkalvend tot er nog maar een grotesk restje in het Noorden van over was - geregeerd door Mussolini. Veel langer dan Hitler over Duitsland heerste. En belangrijker, toen ik er voor het eerst kwam in de jaren '70 was hij nog steeds populair. Spreuken van hem werden in de dorpen keurig overgeverfd en oude vrouwen waren nog steeds verliefd op hem en hieven het partijlied 'La Giovinezza' aan'.
Op Sicilië vond ik resten van een betonnen stad in aanbouw zonder inwoners die 'Mussolinia' had moeten heten. En het deftige grafmonument dat hij voor zijn familie liet oprichten in zijn geboorteplaats Predappio, in de Romagno, werd druk bezocht door jongens op motorfietsen. Parkeerplaatsen voor autobussen genoeg.
Gewoon is dat, zoals alle geschiedenis in Italië. Net als de foto's van de dode Duce en Claretta Petacci, ondersteboven opgehangen aan een pompstation in Milaan. Het einde van een Renaissanceheerser zoals Cola di Rienzo in 1354, wiens lijk door Rome gesleurd werd.
Toen zijn rijk afliep probeerde Mussolini weg te komen naar Zwitserland, kwam terecht in Dongo aan het Lago Maggiore.
En ja, de held in Stendhals 'Chartreuse de Parme', heet Fabrice del Dongo.
De Duce ontsnapte in een Duitse legerjas, maar werd ontdekt, verstopt in een Duitse vrachtwagen en gevangen genomen door partizanen, waarvan er een zag dat hij zulke keurig gepoetste laarzen droeg.
Maar hij ontsnapte en werd via de Autostrada afgevoerd.
En zei: 'Niemand kan ooit ontkennen dat ik deze weg heb laten aanleggen.'