Na de hurricanes

 Mijn eerste single van Fats Domino was 'Ain't that a shame' (1955, ik was elf­). You made me cry/ when you said goodbye/ ain't that a shame/ my tears fell like rain'. Helemaal geen rock'n roll, geen elektrische gitaarsolo. Wel het eerste liedje dat John Lennon leerde spelen.

De zacht swingende muziek van Fats, zijn zangtiming, verlieten me nooit meer. Pas na jaren ontdekte ik dat het geluid uit Cosmo's Factory kwam, van Cosimo Matassa in New Orleans. Van de huisband, met als producer Dave Bartholomew, New Orleans pop bestond uit een stem, een piano en een blazer­skoor. De ritmiek was die van de second line. Vraag en antwo­ord.

 Behave Fats namen lokale sterren als Lee Dorsey, Ernie K-Doe, Irma Thomas met de band op. Allen Toussaint arrangeerde. Maar Fats, begonnen in 1949, was de eerste en de beste.

 Fats zelf heb ik nooit gesproken. Jan Donkers wel die hem een jingle liet zeggen voor ons radioprogramma 'Hello people, this is Fats Domino, reminding you to always listen to the Joe Blow Show'. Dat was 1970.

 De laatste jaren overleefde hij de hurricanes die over New Orleans kwamen.  Platina platen gingen verloren. Hij ontving George W.Bush, want iedereen kent Fats Domino.. 

 Ik gedenk ook mevrouw Hélène van Liempt-Ackermann, voor­zitster van de Nederlandse fanclub, die hem menigmaal bezocht en een boek over hem schreef. Verscheen er een stukje in Hitweek of Aloha over Fats dan kwam er een brief van haar.

 Het weerkerende gerucht was dat bij al zijn optredens heren van de mafia aan de kassa de opbrengst afwachtten. Fats had veel ringen maar ook speelschulden.