Na Thom Mercuur

 Thom Mercuur (1940-2016) is niet meer onder de levenden. Maar wie het gedenkboek bekijkt dat in 'zijn' museum Belvedère in Oranjewoud te krijgen is ziet hem rondgaan. Daar en in zijn huis in Ault aan de Picardische kust, waar ik eens logeerde en de golven op de rotsen me een nacht vergezelden.

 En nu lees ik dat ook - onder meer - Foppe de Haan daar de nachtelijkse golven heeft gehoord. Zonder twijfel is Foppe ook meegeweest naar de haven van Le Tréport om de vis te kopen, die Thom 's avonds bereidde.

 Zee, en hoe je die schildert, vis en hoe je die eet. Bij Thom was wat aan de kusten gebeurde een geheel, een grote voorstelling. Ik weet nog hoe hij me in Le Tréport meteen vroeg 'spreek je Frans?' Terwijl ie dat huis daar toch vele jaren had en iedereen kende. Ik rekende af.

 Fries sprak ik weer niet. Thoms tweede museum - de vliegende schotel op pootjes bij Lauwersoog, half in zee - is er niet gekomen. Zijn dood was daar een gevolg van, denk ik nog steeds.

 Hij commandeerde vriendelijk en kreeg doorgaans zijn zin. Vaak belde hij me op, uit de auto, en gaf me het adres van een schilder waar ik onmiddellijk op atelierbezoek moest voor de radio. Dat deed ik dan, meteen.

 Thom Mercuur was het bewijs dat je aan kunst kunt doen, kunstboeken kunt uitgeven en zo meer zonder een klassieke, geschoolde kunsthistoricus te zijn. Op een heel andere manier. Namelijk door schilders te kennen.

 Morgen wat verder in Belvedère te zien is, oa. Krin Rinsema. Dochter uit een avantgardistisch Fries kunstenaarsgeslacht. 

Tags: