Ook ballonpionier en fotograaf Félix Nadar was in Brussel. In 1864 zou zijn vriend Baudelaire mee de lucht in gaan op de nationale feestdag 21 juli toen hij zijn ballon 'Géant' opblies op de terrassen van de Kruidtuin.
Er was een menigte samengestroomd, ook koning Leopold I was er. De ballon steeg op, maar zonder Baudelaire. 'Rond middernacht landt de Géant ergens tussen Ieper en de kust, en de volgende ochtend spoort het gezelschap al terug naar Brussel. Omdat de ballast veel te zwaar is, was voor Baudelaire geen plaatsje over. Wel eten de heren achteraf samen in Le Grand Miroir, waar de secretaris van de dichter oa. noteerde:
'Dan volgen kwartels uit de wijngaarden langs de Moezel, gebakken in de fijnste Vlaamse boter uit Diksmuide, met groenten en een Franse salade. Daarna komen belegen roquefort, peren, druiven en noten op tafel. Er is oude bourgogne en grootse cognac bij de koffie - de fijnste mokka van Britse import, bereid met een Franse filter: Baudelaire wil niet weten van de typische Vlaamse doorloopzak en van de cichorei waarmee het goedje in België wordt aangelengd.
De godendrank wordt opgediend door het kamermeisje Nelly, dat op verzoek van de dichter ook nog met een vleermuis in een kooi komt aanzetten. Mijnheer Charles heeft het 'vieze beest' - dixit Nelly - bij het vallen van de avond opgeraapt op de binnenplaats van het hotel. Liefdevol heeft hij de vleermuis in zijn zakdoek gerold en het beest in het kooitje van wijlen Nelly's kanarie gestopt. Met broodkruim en melk komt het er langzaam bovenop. Als het dier genezen is, zal de dichter het loslaten in de crypte van de Sint‑Annakapel tegenover het hotel, waar het thuishoort.'
Zover Nadar, de roodharige reus en veelvraat van wie werd beweerd dat hij al zijn ingewanden dubbel had. In de stad werden al Nadar‑omeletten geserveerd. Monsterachtige porties van populaire gerechten kregen het epitheton 'Nadar‑' mee.
Morgen praten met Eric Min over zijn Eeuw van Brussel.