Behalve de Discarding Images, de vreemde mensdier figuren in de marges van Middeleeuwse handschriften zijn er in kathedralen onderkanten van koorbankjes, zoals ik ze laatst nog in Leuven zag, en bovenal de waterspugers. Idioten die toch niets met het geloof van doen hebben, niets betekenen.
Vaak ontstaan om praktische redenen. Als console onder een balkon of om water af te voeren, maar door de beeldhouwers verfraaid tot figuurtjes, Vaak vreemde. Omdat ze op onopvallende plaatsen zitten ga je denken dat het uithoeken zijn waar kunstenaars hun gang konden gaan buiten het zicht van de bisschop.
Deze uit Zuid-Frankrijk vond ik in How to read medieval art van Wendy Stein. Twee in elkaar verstrikte figuren aan de daklijst van een klooster trekken aan elkaars baarden. De bovenste grijnst met ontblote tanden terwijl de ander verbaasd zijn mond openspert, natuurlijk om water uit te spugen. Ze lijken jongleurs of narren.
Staan ze voor de idiote wereld buiten de kloostermuren? Soms zitten ze ook binnen. De strenge Bernard van Clervaux (1090-1153) - van wiens klooster ik in Clairvaux niets terugvond - dacht dat die monsters toch een betekenis moesten hebben. Hijzelf was een acrobaat van de geest, schreef hij, die de materialistische wereld op zijn kop zette. En het trekken aan de baarden verwees naar de zonde van de onenigheid. Tja. Hm..