Het is niet vaak dat je na lezing van een gedicht denkt: 'Ja, zo is het, daar komt het wel op neer. Daar heb ik niets aan toe te voegen. Wat ik er aan toevoegde zou het alleen maar bederven.'
De eerste editie 2015 van het zeldzame poëzietijdschrift in boekvorm Het Liegend Konijn van Jozef Deleu is uit. In de tram, in de ochtendzon sloeg ik het open en kwam terecht in dit gedicht van Jan‑Willem Anker (1978). De ochtendkrant bleef op het klapstoeltje liggen. 'De Nederlander zegt nee':
Terwijl hij eet zegt de Nederlander nee.
Nederig zal hij zijn eten niet vergeten.
Hij is nederig en Nederlander. Zegt nee.
Een ondernemer die volmondig nee zegt.
Zijn nee klinkt luid door zijn eten heen.
Het eten weerhoudt hem niet van zijn nee.
Integendeel. Ook etend laat hij het weten.
Het nee van de Nederlander betekent nee.
Tijdens het eten is hij zijn nee niet vergeten.
Het land aan ja schudt hij etend van nee.
Zijn mond zit vol. Toch hoor je hem spreken
en breed maar nederig zijn nee uitmeten.