De film gaat over Gabbi, een zwakzinnig meisje van vierentwintig dat thuis door haar wat oudere zusje verzorgd wordt. Er zijn er die denken dat de Israëlische regisseur Koram het wilde hebben over hoe ver je kunt gaan met jezelf 'wegcijferen'. Dat lijkt me een vergissing.
Wat je ziet gebeuren is hoe de twee zussen in het betonnen flatje met onovertroffen lelijke tegels onscheidbaar aan elkaar verknocht raken. Daarom kan Chelli, de oudste, de 'normale' niet hebben dat haar gehandicapte zusje in een dagopvang terecht kan - waar ze het eigenlijk wel naar haar zin heeft en prompt zwanger wordt. Chelli is jaloers.
En als de normale Chelli dan zelf een vriendje opdoet dat komt inwonen wordt er opeens een driepersoons matras bezorgd, waarin seks en zorg dwars door elkaar heen gaan lopen.
Aan - liefdevolle - zorg voor een je leven overheersende aanwezigheid van een zwakzinnige kun je verslaafd raken.
En de vraag rijst wie is hier gek en wie normaal?
Chelli lijkt me op haar manier minstens zo'n ernstig geval als Gabbi.