Nog één keer: radio

 Je begint met het huis in te richten, wat altijd een zolderkamer blijft. Een microfoon, een kop­telefoon, een schemerlampje.

 Op de koptelefoon hoor je wat je doet, wat je uitzendt. Of je microfoon-afstand goed is, of je zachter kunt. Hoe zachter hoe beter een stem. Op de radio kun je zuchten. Zodra ik een microfoon zie en de druk van een koptelefoon voel komt er een ongekende rust over me. Die zal ik missen. De klok staat voor mijn neus, maar ik kijk er niet op.

 Bij de televisie richten anderen je huis in. Men leest er tekst van autocues, ontstaan tij­dens 'voorgesprekken' door producers. Iets onver­wachts gebeurt er zelden, behalve bij enkelingen als Wim Brands, die radio maakt op de televisie. Onder vier oren. Hij vindt zelfs wat voorzichtige navolging.

 Er is één woord dat alle anderen voortdurend gebruiken, mijn woord van 2013: 'aanschuiven'. Wij leven in een aanschuifcultuur