Noordzee

 Hoe was de zee voor de toeristen kwamen? In Normandië kwam ik aanwijzingen tegen. De straatarme kustbewoners woonden in holen in de falaises. Heinrich Heine, die in 1826 op het Duitse eiland Norderney was en schreef:

 'De bewoners zijn meestal bloedarm en leven van de visvangst, die pas in oktober, als het stormt, begint. Veel van deze eilanders dienen ook als matrozen op vreemde koopvaardijschepen en blijven jarenlang van huis zonder hun familie iets van zich te laten horen. Niet zelden vinden ze de dood op het water. Ik heb een paar arme vrouwen op het eiland gevonden, waarvan de hele mannelijke familie zo was omgekomem, omdat de vader met zijn zonen gewoonlijk op hetzelfde schip naar zee gingen.

 De zeevaart is voor deze mensen zeer opwindend; en toch, geloof ik, dat ze zich thuis het best voelden. Ook al zijn ze op de schepen zelfs naar die Zuidelijke landen geweest waar de zon bloeiender en de maan romantischer oplicht, toch kunnen alle bloemen daar niet het lek in hun hart dichten, en midden in het geurige thuis van het voorjaar verlangen ze terug naar hun zandplaat, naar hun kleine hutjes, naar de kudde, waar de hunnen, goed ingepakt in wollen jakken rondhurken en thee drinken, die zich van gekookt zeewater alleen door de naam onderscheidt en in een taal zwetsen waarvan nauwelijks begrijpelijk is hoe ze hem zelf kunnen verstaan.'