Eerste Paasverhaal. Ik was op Sardinië en las voor het eerst Cesare Pavese. 'The moon and the bonfire' , waarin zijn vriend de klarinettist Nuto (Benvenuto) optreedt, de ster tijdens de midzomerse Ferragosto feesten in de Langhe.
Ik besloot erheen te gaan, nam de eerste boot naar Genua en reed onmiddellijk de bergen in naar Santo Stefano Belbo, Pavese's geboorteplaats Duizelig kwam ik aan en logeerde in het enige hotel, dat tegenwoordige hernoemd is naar zijn roman, de Albergo dell' Angelo. Twee dagen later zat ik in de werkplaats van instrumentenbouwer Nuto in het huis aan de Belbo. En hij vertelde honderduit. Vooral over Paveses ongelukkige liefdesaffaire met de Amerikaanse actrice Constance Dowling.
'Un attrice!' En geen meisje uit de streek, hoe dom. Tenslotte speelde hij nog een stukje klarinet voor me, beetje vals. en we eindigden met zijn eigen 'vino nero' zodat ik me nog afvraag hoe ik teruggekomen ben.
Het eindigde met Pavese's zelfmoord in de Albergo Roma tegenover het Turijnse station, op een kamer waar ik nota bene geweest ben. De eigenares, die de schrijver als meisje nog had gekend - hij kwam daar vaker - had de inrichting onveranderd gelaten. Zoals hij was toen Pavese op zo'n hete zomeravond wanhopig probeerde vrienden te bereiken. Maar iedereen was de bergen in, op zoek naar koelte.
ps. Voor de lezers van de vertaling van Max Nord die steeds weer herdrukt wordt door de BIJ: lees overal waar staat ‘Nice’ alsjeblieft ‘Nizza (Monferrato)’. Nizza is ook Italiaans voor Nice, maar dat wist Nord niet.