Een fragment uit Het huwelijk van de rode vissen van de Mexicaanse Guadelupe Nettel, vertaald door Heleen Oomen.
'Gisterenmiddag is Oblomov gestorven, onze laatste rode vis. Ik zag het aankomen, want al een paar dagen bewoog hij nauwelijks nog in zijn ronde vissenkom. Ook sprong hij niet meer op om naar zijn eten te happen of de zonnestralen die zijn habitat opvrolijkten achterna te jagen. Hij leek het slachtoffer van een depressie, of de tegenhanger daarvan in zijn vissenleven in gevangenschap. Nooit ben ik veel over het beest te weten gekomen. Heel soms maar hield ik mijn gezicht voor het glas van zijn kom om hem in de ogen te kijken, en als ik het al deed, dan nog maar heel even. Ik had medelijden met hem, zoals hij daar in zijn uppie in die glazen bak rondzwom. Ik betwijfel of hij gelukkig was. Dat vond ik nog het verdrietigst toen ik hem gisteren zag drijven als een klaproosblaadje op een vijver. Zelf heeft hij meer tijd, meer rust gehad om Vincent en mij te bestuderen. En ik weet zeker dat hij op zijn manier ook medelijden met ons had. Van huisdieren kun je in het algemeen veel leren, zelfs van vissen. Ze zijn als een spiegel voor gevoelens en gedragingen onder de oppervlakte die we niet durven zien.'
(...)
De vertalersclub die verbonden is met het Tijdschrift Terras bracht een boekje uit met tien vertaalfragmenten, getiteld 'Een explosie kan zo fraai zijn'. Fragmenten die doen uitzien naar komende boeken. Eerder verschenen van Guadelupe Nettel 1973) in vertaling 'De gast' en 'Na de winter'.