On/Ding

 Een gat in de muur is geen ding, al kun je het benoemen en beschrijven. Het gat is een bewijs uit het ongerijmde. Je kunt met je vingers langs de randen ervan gaan, maar dan houdt het op. Of begint het juist.

 Er is een foto uit 1929. Drie mannen en twee vrouwen staren naar een lege plek op een stenen schouw. Ze kijken uit alle macht en roepen zo een mogelijke werkelijkheid tevoorschijn: het ding. Daarover gaat het nieuwe nummer van het tijdschr­ift Terras. In de inleiding wordt 'de geboorte van het ding' beschreven.

 Patrick Grainville verlegt de grens naar iets dat net iets meer is dan niets: de sluier. 'De sluier is een rechtstreekse aanwakkering van obsessies en de kwelling van het verborgene. Er hangt een vleugje geheim rond en de ontsluiering daarvan.'

 Sluiers doen twee dingen tegelijk. Ze versluieren en trekken aandacht. De rouwsluier doet het heel precies. Voor me zie ik de zwartwitte film waarin op Sicilië een man ten grave wordt gedragen door een weduwe (Sophia Loren) die hem maar wat graag kwijt is. Ze draagt een hoed met sluier die haar gespeeld zedige gelaatsuitdrukking bij vlagen onthult. De sluier verdubbelt zich in haar zwarte rouwkousen - 15 denier - die van de weduwe een vrouw met plannen maken.

 Bijna-materie brengt hoofden op hol. Zoals Grainville zegt, wanneer hij het hoofddoeken-misverstand in z'n betoog trekt: 'De sluier benadrukt wat hij omkleedt. De sluier toont! Dat is het grootse karakter van de sluier, zijn geheime uitnodiging tot inbraak, strooptocht, onderworpenheid en de ontaarding van al deze dingen..' Een warm pleidooi dus voor de hoofddoek. Het ding dat verkeert in zijn tegendeel.

 'Door het verbod op het dragen van de hoofddoek betreden we een tijdperk van democratische, hygienistische transparantie. Want wat verborgen is, raakt doortrokken van de sensationele walm van het geheime.'